De communicatieploeg van premier Di Rupo wachten lange dagen, lange nachten. ‘Ze moeten namelijk op een bijna paranoïde manier alert zijn’, vindt RTBF-mediawatcher Alain Gerlache. Van 1999 tot 2003 was hij woordvoerder van Guy Verhofstadt. Hij schrijft regelmatig bijdragen voor De Morgen.

De politieke wereld en de Franstalige media zijn er nog steeds niet goed van: het mediaoffensief van de N-VA was een schot in de roos! In nauwelijks twee dagen tijd en met drie welgemikte slagen heeft de grootste oppositiepartij de federale regering knock-out gemept. Ze heeft daarbij wel flink wat - onvrijwillige - hulp gekregen van de Europese Commissie, die donderdag al vraagtekens had geplaatst bij de betrouwbaarheid en de grondigheid van het begrotingswerk van de nieuwe regeringsploeg.

De uitval van N-VA-Kamerlid Theo Francken vorige vrijdag over de koninklijke dotatie heeft in regeringskringen voor chaos en verwarring gezorgd. En daarvan heeft N-VA-ondervoorzitter Ben Weyts zondagmorgen handig gebruik gemaakt in Het Nieuwsblad op Zondag. Met zijn ‘onthullingen’ over de verzwegen salarisverhoging voor de ministers deelde hij een uppercut uit die pijn deed. Terwijl de regering in alle talen zweeg, ontstonden verhitte discussies op de sociale netwerken.

En ondanks de aarzelende ontkenningen in de televisiedebatten van de vertegenwoordigers van de meerderheid kon Bart De Wever, die in De zevende dag meer dan ooit meester was over het politieke spel, de buit binnenhalen. Hij kon zich zelfs een paar ironische opmerkingen veroorloven over de beschuldigingen van onverantwoordelijkheid en amateurisme die gewoonlijk zijn partij ten deel vallen. Een uitnodiging om ook op de RTBF zijn zegje te komen doen wees hij af. Waarom zou hij ook? De media hadden zijn verhaal afdoend bij de Vlaamse bevolking gebracht. En politiek gesproken zullen de nauwelijks verhulde spanningen tussen Vande Lanotte, Chastel, Van Ackere en Di Rupo het vertrouwen en de cohesie tussen de regeringspartners vast niet versterken. Twee vliegen in een klap.

Voor Elio Di Rupo is het een serieuze waarschuwing. Ook de Franstalige media hebben eruit geconcludeerd dat hij van de N-VA beslist geen cadeautjes zal krijgen. Natuurlijk is dat geen nieuws, maar hij zal eraan moeten wennen: aan Vlaamse kant is er een echte oppositie en daarvan is aan Franstalige kant geen sprake. De drie parlementsleden van het FDF staan geïsoleerd en hebben de grootste moeite om geloofwaardig over te komen als het niet om hun communautaire corebusiness gaat. En Ecolo is begonnen aan een interne campagne voor de voorzittersverkiezing en de uitkomst van die strijd ligt zoals bekend bij de groenen nooit vooraf vast. Bovendien hebben de ecologisten hun handen vuil gemaakt door hun medewerking aan de staatshervorming en hun aanwezigheid op alle andere bestuursniveaus samen met PS en cdH. Ook de Franstalige meerderheidspartijen aarzelen. MR-voorzitter Charles Michel zei vorige zondag dat de aangewezen houding tegenover de N-VA er een van onverschilligheid is. Dat is misschien zo in het zuiden van het land, maar voor de federale regering is dat zelfmoord…

Te midden van deze tegenstellingen tussen Noord en Zuid, die groter zijn dan ooit, is Elio Di Rupo nog bezig zijn weg te zoeken. Hij is zich bewust van zijn wankele imago in Vlaanderen en in een poging om zijn taalhandicap te compenseren heeft hij de voorkeur gegeven aan niet-politieke optredens in de media, zoals zijn bezoek aan de Music For Life-studio. Geen verrassend initiatief voor iemand die altijd ook gevoelig is gebleken voor niet-politieke communicatie, getuige de oprichting van het Festival du Film d’Amour in zijn eigen Bergen.

Elio Di Rupo is geneigd om enkel te communiceren als hij daar baat bij heeft. Maar vandaag is hij eerste minister en wordt hij langs twee kanten belaagd. De politieke oppositie is Vlaams. De andere oppositie, die vanuit de vakbond, behoort tot zijn eigen kamp en is nadrukkelijk aanwezig in Wallonië. Een complexe situatie die maakt dat je in de media slechts kunt standhouden als je op een bijna paranoïde manier alert bent, ieder ogenblik, dag en nacht, ook op zondagochtend… De tijd van de goed uitgekiende en handig aan de media gepresenteerde communicatieplannen is voorbij. Vandaag moet je altijd en overal op je hoede zijn om de aanvallen te zien aankomen. Je moet - al is het soms manu militari - aarzelende ministers naar het front sturen en als dat nodig is zelf tot de aanval overgaan, op het gevaar af enkele klappen te incasseren.

Ook dat is de taak van een eerste minister. In deze tijd van onlinemedia en sociale netwerken die dag en nacht en zeven dagen op zeven actief zijn, is die taak zwaarder dan ooit tevoren.

De Morgen 11.01.12